Categorie archief: ego

IMPULS VAN DE ZIEL OF VAN HET EGO?

15 augustus 2019 / Door eliaslimusemmanuel

Tijdens sessies en seminars hoor ik vaak dat mensen het moeilijk vinden om te onderscheiden tussen de impulsen van de ziel en die van het ego.

Kort samengevat: de boodschappen van de ziel zijn steeds zacht en licht en gaan met een zekere vreugde van herkenning gepaard. Het is een herkennen van de waarheid tot in de diepste diepte van ons zijn. Daarentegen wordt al wat van het ego komt vergezeld van een zekere druk, spanning en veel zwaarte. Ik moet, ik zal, ik kan niet anders dan …

In de jaren zeventig en tachtig ging ik regelmatig in Londen naar het ‘Festival for Mind, Body and Spirit’, waar mensen uit de hele wereld samenkwamen om het Nieuwe Tijd’s gevoel samen te vieren, ik kan er geen betere uitdrukking voor bedenken. Het was een groot feest met voordrachten en workshops, maar ook een beurs met talloze standjes, van astrologie, via yoga en diverse healingtechnieken tot aura- en chakrareading en channeling. Hier hing helemaal geen commerciële sfeer, maar een energie van vreugde en liefde. In het begin kwam ik er als bezoeker en later gaf ik er zelf voordrachten en workshops. Het Festival bestaat nog steeds en is na een hele tijd weer terug in Olympia.

Het was ook in die tijd dat ‘EST’ populair werd, een seminar over persoonlijke ontwikkeling dat door Amerikanen in Londen werd gegeven in een groot hotel en waarvan deelname vrij duur was. Tenminste voor mij.

Ik had dat geld niet, maar voelde heel sterk dat ik daarbij moest zijn en vertrouwde helemaal op de wijsheid van mijn ziel. Toen mijn besluit vast stond viel alles op zijn plaats en kon ik het geld, zij het op korte termijn, lenen en vertrok naar Londen. De eerste dag in de voormiddag had ik er al iets geleerd waarvan ik meteen wist dat het dat was, waarvoor ik moest deelnemen. Toch ben ik gebleven, ook voor het tweede weekend dat op het eerste volgde.

Tussen de twee weekends zat ik eens op de brede trappen van St. Martin-in-the-Fields, die kerk bij Trafalgar Square, toen een man naar me toe kwam, die me om geld vroeg. Hij vertelde een verhaal waarvan ik met mijn tenen voelde, dat het hoogst waarschijnlijk niet waar was. Hij vroeg, ik herinner het me nog heel goed, om negen pond zestig, zogenaamd om een treinkaartje te kunnen kopen. In plaats van hem meteen af te wimpelen, realiseerde ik mij dat iemand om geld vroeg en ook dat, mocht zijn verhaal niet kloppen, hij het geld wel nodig zou hebben, anders zou hij het niet vragen. Vervolgens ging ik bij mijn ziel te rade en voelde dat ik hem het geld moest geven en mocht hij liegen, dat dit zijn probleem was en niet het mijne.

Van het geleende geld had ik net nog twintig pond over en moest tot na het volgende weekend daarmee zien rond te komen en toch gaf ik hem de helft ervan. Gelukkig kon ik gratis bij vrienden overnachten. De volgende dag had ik een afspraak met de stichter en directeur van het eerder genoemde Festival. Wij waren vrienden geworden, ook al omdat ik vanaf een bepaald moment begonnen was met hem tijdens het festival te helpen in het ‘Kensington Olympia’, waar het in die tijd plaats vond en waar er in de hoogtijdagen wel negentigduizend bezoekers uit de hele wereld samenkwamen. Zo kwam het ook voor dat ik insprong om een workshop te geven als een geplande om de een of andere reden, soms op het laatste moment, niet doorging. Dat was wel een uitdaging om zonder enige voorbereiding zoiets klaar te spelen. Ik begon dan met te vertellen wat ik zelf over het thema wist, om het dan om te buigen naar iets waar ik heel goed in thuis was …

De volgende dag, tijdens mijn afspraak, vertelde ik mijn vriend van mijn plannen om in Brussel een centrum te beginnen waar ik in het klein wilde doen wat hij in het groot in Londen op poten had gezet. Toen ik klaar was met mijn verhaal, toverde hij een portefeuille op tafel, haalde er een biljet van vijfhonderd pond uit en legde het met de woorden voor me neer: “Goed idee, hier heb je al iets om je op weg te helpen” …

Met dat geld, kon ik mijn lening voor het seminar terugbetalen en had de zekerheid dat mijn project ook door de Geestelijke Wereld werd ondersteund. Ik vroeg mij wel af of dit gebaar ook had plaats gevonden, als ik die man de dag tevoren had weggestuurd. Veel later kwam ik op de gedachte, dat ik hem dat geld mogelijk schuldig was uit een vorig leven.

Natuurlijk word ik nog steeds gevraagd om iets of iemand te ondersteunen, op straat, of nog vaker via internet. Ik reageer altijd op dezelfde manier, steeds volgens mijn gevoel: soms geef ik en soms ook niet.

Overigens kwam dat idee voor een centrum in Brussel op een moment dat ik weer mijn ziel om raad moest vragen. Ik was bijna veertig en niet erg tevreden met mijn leven. Ik voelde dat ik eindelijk moest doen waar mijn hart naar uitging en mediteerde met de bedoeling een antwoord te vinden.

Het Festival in Londen was iets waar ik steeds naar uitkeek, in zekere zin naartoe leefde. Tijdens deze meditatie kreeg ik het beeld van een centrum voor de Nieuwe Tijd, waar ook voordrachten en seminars zouden worden gegeven. Meteen voelde ik dat dit het antwoord op mijn vraag was en mijn besluit stond vast, ofschoon ik voelde dat ik helemaal niet klaar was om zo’n project uit de grond te stampen.

Ik wende mij toen tot de schepper en zei woordelijk: ‘Ik weet dat ik nog heel veel mis om dit project te kunnen realiseren, maar omdat ik diep in mij voel, dat ik dit moet doen, ga ik ervoor. Dus leer me maar alles wat ik nog mis om te slagen, maar ik wil hiervoor wel geen tijd verliezen. Zo gevraagd, zo ontvangen. Ik kreeg dan ook op korte termijn alles op mijn bord om te verwerken wat ik nog nodig had en het bleek in het begin vaak heel, heel moeilijk. Mijn vrienden gaven me regelmatig de raad om te stoppen.  Alles leek wel tegen te vallen, niets viel meteen op zijn plaats. Toch had ik een onverwoestbaar vertrouwen dat ik uiteindelijk zou slagen. En zo was het ook.

Het werd een centrum waar spirituele leraren uit vele landen voordrachten en seminars hebben gegeven, uit Engeland natuurlijk, maar ook uit de V.S, Mexico, Zuid Korea of tot Sri Lanka toe, maar ook healers en mediums, meestal mensen die ik in Londen tijdens het Festival had leren kennen en waarderen.

Samenvattend over het verschil tussen de impulsen van het ego en van de ziel: In mijn vorig artikel over mijn eerder huwelijk schreef ik hoe dat tot stand kwam onder grote druk van het ego, dat voor alles een ‘schandaal’ wilde vermijden terwijl ik doof bleef voor de stem van mijn ziel. Daarom liep het ook spaak:

Toen ik mijn gevoel volgde op de trappen van St Martin-in the-Fields, was er geen sprake van druk, het voelde heel zacht. Ik kon in vrijheid kiezen, nam in vol vetrouwen de stap in het onbekende en werd de volgende dag meteen beloond.

Ik koos voor het openen van een spiritueel- en healingcentrum in Brussel omdat dit mij door mijn ziel werd ingegeven en ondanks alle problemen werd het een succes. Dit door het luisteren naar mijn gevoel en een rotsvast vertrouwen. Ook ontdekte ik door deze weg te kiezen snel dat ik een gave voor healing had die ik overigens tot de dag van vandaag nog steeds verder ontwikkel. Als ik in mijn leven één ding geleerd heb, dan is het wel, dat als we de aanwijzingen van onze ziel, onze intuïtie, ons diepste gevoel volgen, we altijd goed terecht komen.

https://eliascoachinghealing.blog

Ziel en ego, ofwel ziel en geest? En het verschijnsel synchroniciteit (dl1)

Uiteindelijk draait alles om de ‘strijd’ tussen ziel en ego, als dit een strijd kan en mag worden genoemd. Eigenlijk is het geen strijd omdat het hooguit een ‘eenzijdige’ strijd is. Waarom? Omdat de ziel geen strijd ‘kent’ of bewust is. De ziel van ieder mens wacht alleen maar geduldig af tot het ego dat in hetzelfde lichaam aanwezig of opgeslagen ligt, tot de ontdekking komt dat het ego kan groeien naar het Hoger Ego en dus het strijdperk van het lager ego heeft verlaten en dat is de strijd om de overleving in de materie.

Wij als mensheid op aarde, afkomstig van andere planeten omdat er in de geestelijke wereld geen begin en geen einde bestaat, die bij geboorte hebben ‘geleerd’ van onze ouders is dat wij maar een kort leven hebben op deze aarde, namelijk beginnend vanuit de geboorte naar het moment van sterven toe, hebben ons vereenzelvigd met die tijdelijkheid op aarde. Maar die ouders weten niet – zijn zich niet bewust – dat dit is een illusie is die – alleen – op aarde bestaat omdat het de planeet is met de Vrije Wil die de mensen de gelegenheid biedt om te leren wat dit betekent. Het betekent namelijk dat als je ‘wilt’ – vrije keuze – denken dat je maar een tijdelijk – iets korter of iets langer dan een medemens – op aarde mag rondlopen tot je doodgaat en bent opgegroeid met Nietzsches ‘dood is dood’, dat dit ‘tranendal’ ook met dat sterfmoment is afgelopen en je daarvan verlost bent. Maar….

Tot het moment dat je zelf door die tunnel reizen naar de ‘andere kant’, ofwel ‘gene zijde’ achter de sluier, om daar te ontdekken dat je nog steeds in leven bent, maar dan zonder lichaam. En als je eenmaal die ‘nieuwe’ ervaring hebt opgedaan, dat je dan pas ervaart dat er helemaal geen ‘dood (is dood)’ bestaat, omdat je nog steeds leeft en je ‘voelt’ dan ook pas dat je ziel bent, dat je altijd blijft leven. Dat is – oneerbiedig uitgedrukt – de poppenkast van de aarde, de illusie die wel een doel heeft, namelijk al die mensen die op aarde leven ooit tot het intuïtieve inzicht te brengen – dat je nooit dood kunt gaan omdat er geen dood bestaat.

Dat besef kan snel in dit leven komen als je geluk hebt om snel in contact te komen met boeken die je ‘aanspreken’, die je ‘triggeren’, zoals met mij het geval was. Ik heb eerder geschreven dat ik op mijn 14e boeken in een kast bij vrienden over geestelijke en opgestane meesters hebt ontdekt, die ik toen verslonden heb omdat ik voelde dat ik hier een ‘echte’ waarheid had aangetroffen die mij ook nooit meer heeft losgelaten. Het geluk was wel aan mijn zijde omdat ik geboren ben bij ouders die niets met een geloof hadden en die hun kinderen daarom ook geen kerkelijke opvoeding hebben meegegeven. Daarmee heb ik de ‘vrijheid’ van keuze ontdekt dat ik mijn eigen ‘geloof’ kon opbouwen zodat ik na die beginjaren op de middelbare school ben blijven lezen in een tijd (jaren ’60) waar ik maar dat ‘soort’ (spaarzame) boeken waarmee ik mezelf heb kunnen voeden. Spaarzaam omdat het nog niet mogelijk was veel van dit soort boeken in boekhandels aan te treffen, want daarvoor bestond nog geen ‘markt’. Laat staan in de bieb.

Inmiddels heb ik via dit ‘platform’ voor gedachten- en geestesontwikkeling dat internet heet, mijn geestelijke gedachtenontwikkeling verder kunnen ontwikkelen én uitwerken en heb ik zelfs mijn ontwikkelde en uitgewerkte visie gisteren aan de hoofdredacteur van het Filosofisch Magazine kunnen voorleggen. Ben benieuwd wat hij ermee gaat doen.

En nu ga ik op dit thema van ‘ziel en ego’ verder doorredeneren – neen: verder doorvoelen! – wat dit voor consequenties kan hebben. De kranten van vanochtend hebben me geholpen:

  1. De Volkskrant: ‘Iran zal pas rusten als de Messias verschijnt’. Dat klinkt niet onbekend omdat datzelfde probleem ook speelt bij de joodse gelovigen – wat anders dus dan de Joden als volk – namelijk dat ze de Messias buiten zichzelf zoeken en dus niet begrijpen (ego) dat je pas contact met de ziel (de ‘innerlijke’ Messias) kunt maken als je afstand hebt gedaan van de verslaving die materie heet. Dat is dus ook een bondige samenvatting van de strijd tussen ziel en ego, maar dan op politiek vlak en vooral in de geopolitieke orde op aarde.
  2. Ook in de Volkskrant: ‘Mijn kat is leuker dan mijn broertje’, een portret van een kind (Fien de Koe, 8 jaar) in haar slaapkamer. Ja, dacht ik, ook een mooi voorbeeld van de strijd tussen ziel en ego. Waarom vindt ze haar kat veel leuker dan haar broertje? Omdat er tussen kinderen in het gezin altijd ruzie en onenigheid bestaat vanwege de eerste mogelijkheid (dus gelegenheid) om je te leren aarden – wat noodzakelijk is in dit leven – en je dus de eerste gelegenheid daartoe meemaakt met je eigen broertje(s) en zus(jes) – om zo te leren later ‘je mannetje of vrouwtje’ te staan en je dus weerbaar te voelen. Pas als het zelfbewustzijn zich ontwikkeld heeft heb je geen behoefte meer tot je drang om je te ‘identificeren’ omdat je weet wie je bent en je ook weet dat je je niet meer hoeft ‘te bewijzen’. Dan heb je het stadium van het – eigen – ego verlaten. Het verschil tussen je ‘kat’ en je ‘broertje’ is namelijk het probleem tussen ziel en ego, omdat kat – zoals ieder huisdier – een onvoorwaardelijke liefde kent en dat dagelijks toont hun dierengedrag, dat je je altijd veilig voelt bij je eigen huisdier. En dat is met broertje of zusje niet zo. Daarom is het ‘hemelse rijk’ ook het rijk van de ‘onvoorwaardelijke liefde’, zoals Boeddha en Jezus ons hebben geleerd.

Conclusie van dit eerste deel van deze nieuwe ‘serie’ is dat de strijd tussen ziel en ego altijd een persoonlijke strijd is, die het overgrote deel van de mensheid iedere dag nog steeds aan het uitvechten is, omdat die ‘gemiddelde’ mens hier niet ‘beter’ weet dat iedere ruzie uit te vechten. Maar als je je bewust bent van die persoonlijke strijd tussen ziel en ego, dan weet je (nu) ook dat je in staat bent die ego – met alle negatieve kanten – van je af te schudden en over te stappen naar ‘je’ ziel, om zo te leren dat je in staat bent om iedere dag in onvoorwaardelijke liefde te (leren) leven. En dat is heel wat anders dan het dagelijkse gevecht om het brood op de plank en jezelf afsluiten van alles wat er om je heen gebeurt. Alles wat er gebeurt heeft zin, zelfs de meest afgrijselijke zaken – zoals moord en doodslag – omdat je het anders niet kunt leren. Een prettige dag toegewenst!

Ziel weet, Ego zoekt

‘Het is voornamelijk de wond van de mens (vaak van vele, parallelle) levens dat we het vertrouwen kwijt geraakt zijn. Vertrouwen in ons Zelf, in onze Ziel, in Bron, en alles wat daar tussen ligt binnen ons Zelf. Het ego zelf is in zoverre geëvolueerd dat het een enorm scala aan patronen en mechanismen heeft ontwikkeld om ons staande te houden in een duale wereld. Om ons daarin te verdedigen, houvast, (schijn)veiligheid te zoeken en dus ook om controle over ons leven te krijgen. Dat geeft een surrogaat gevoel van dat wij ‘in charge’ zijn van ons leven. Dus als een Zielendoel ontbreekt, betekend het dat we geen richting hebben.

‘Het kan je angstig maken, verdrietig, zoekend en zelfs een moedeloos gevoel of depressie geven, wanneer je geen antwoord op die vraag kan vinden.

‘Maar herinner je dan één ding, als jij dat zo ervaart: Ziel weet, en persoonlijk zelf of ego zelf zoekt!

‘Op het moment dat je je dat weer realiseert, laat dat een uitnodiging zijn om ‘naar binnen te keren’, om je af te stemmen op jezelf en je hart. Om je jezelf af te vertellen: oké, vanuit deze afstemming op ego zelf vind ik de oplossing niet. Want die kan ik alleen voelen in mijn hart, want daarin ben ik in verbinding met mijn Ziel. En Ziel weet!

Zielen die de hemelse sferen verlaten om buiten-hemelse gebieden te verkennen, lopen altijd tegen teleurstellingen en verrassingen op die hun wonden veroorzaken en die ook weer hersteld moeten worden. Maar het is een rijk leven vol groei en levenservaring die wordt opgedaan. Dat kun je ook beter accepteren want je hebt zelf gekozen voor die moeilijke weg van het avontuur!

http://www.apofyliet.nl an><

De kracht van het ego (dl4)

Opvolgende passage van deel 3:

(308) ‘Op een praktisch niveau klopt dat [‘Wanneer alle gehechtheden ontstegen zijn, ontstaat er ook geen ik en kan het ego niet meer in de weg zitten om een staat van ontwaken te verwezenlijken.’ Dit klopt volgens mij niet en zal onderdeel zijn van de eerste opmerking in mijn commentaar.] Wanneer je je niet identificeert met je begeerte – meestal naar iets dat je eigenlijk niet nodig hebt of naar iemand die sowieso onbereikbaar is – scheelt dat een boel ellende. En wanneer je je niet laat meeslepen door woede, haat, jaloezie of arrogantie, doe je geen dingen waar je nog jaren spijt van hebt. En wanner je op het praktische niveau voor jezelf en anderen geen problemen creëert, blijft je bewustzijn ook heel vrij, en dan voel je je ook vrij en onbezorgd.’

1. Wat de eerste zin betreft, wie is op aarde van alle gehechtheden ontstegen? Helemaal niemand omdat je hier anders niet aanwezig was. En deze passages – te beginnen bij de voorafgaande in deel 3 is te theoretisch beschreven, want wat helemaal niet aan de orde komt is de collectieve druk die maatschappelijke bestaat om iedereen hoger op te voeren, de maatschappelijke ladder op. Want als je dat niet lukt, verlies je je vriendenkring, waar je niet meer meetelt als je dat niet lukt. Iedereen is op de een of andere manier verbonden met die collectieve groepsdruk, die ook multimediale taken behelst, om populariteit op de sociale media te garanderen.

Een ander voorbeeld is het gevoel van achterstelling als je het binnen het ‘gemiddelde bedrijfsleven’ niet lukt om minimaal mee te komen in de jaarlijkse bevorderingsronden, die de status van je in de groep bepalen. Je zakt steeds verder in de modder als dat niet lukt. Kortom, er zijn of bestaan juist in onze maatschappij van het harde kapitalisme zoveel harde statuscriteria waar je niet onderuit komt als je niet meedoet in die ratrace.

Dat wreekt zich in je gemoedrust en zoeken naar andere banen die minder stress oproepen. Maar dan blijf je onder aan de maatschappelijke ladder bungelen en dan kun je wel van mening zijn dat het opklimmen van die maatschappelijke ladder spiritueel van generlei waarde is, maar je voelt dat je er alleen maar zelf door in de problemen komt.

Natuurlijk ben ik blij en gelukkig dat ik voor het eerst deze teksten van een boeddhist tegenkom, die ik nergens anders kan lezen, maar het drukt me wel met de neus  op de feiten dat er veel meer factoren meespelen die de mens ongelukkig maken en dat deze maatschappij – anders dan in de middeleeuwen, die ook barbaars waren – een eigen ‘rücksichtslosheid’ kent die iedere spiritueel bewuste persoon aan het denken moet zetten.

2. Het advies om ‘je niet te identificeren met je begeerte – meestal naar iets dat je eigenlijk niet nodig hebt of naar iemand die sowieso onbereikbaar is – scheelt dat een boel ellende’ is ook te gemakkelijk aan het papier toevertrouwd. Iedereen heeft of kent begeerte want daarom ben je mens. Alleen verschillen die algemene begeerten enorm in mate en soort.

Je hoeft helemaal geen abnormaal mens te zijn om geen waarde te hechten aan dure spullen en statusartikelen of dat je de onbereikbare personen – laat ons dan niet in termen van popsterren denken, maar aan onbekende geliefden op het stations perron of op straat waarmee je graag eens op een terrasje een kopje koffie gaat drinken – ter nadere kennismaking. Spirituele mensen weten immers ook dat uiterlijk knappe mensen een zwak topt matig bewuste ziel hebben (zoals Hiddinga schrijft), maar het blijft voor iedereen een worsteling hoe daarmee om te gaan.

Deze factoren negeren klinkt makkelijk, maar die komen in de praktijk ook eigenlijk niet voor. Eerder bestaat er de angst om iemand die je wel of niet goed kent, recht in de ogen te kijken bij het elkaar spreken of dieper op zaken in te gaan waarbij je angst voelt om te veel in details te treden, terwijl je wel voelt dat er iets sluimert zodat de ander zich minder goed in z’n vel voelt zitten. Wanneer kun je daarnaar vragen en wanneer niet?

Iedereen kent zijn eigensoortige begeerte(leven) of begeerten die dus ook niet genegeerd moeten of mogen worden. Want ieder die dat ontkent is in feite zelf bezig met verstoppertje te spelen. Het is dus ook te makkelijk om te schrijven dat ‘wanneer je je [niet] laat meeslepen door woede, haat, jaloezie of arrogantie, doe je geen dingen waar je nog jaren spijt’, want deze processen spelen dagelijks een rol.

Iedereen maakt immers mislukkingen mee en levert op z’n tijd halfwerk af waarover je ontevreden bent en dat je een negatief gevoel geeft. Dit zijn van die praktische voorbeelden die iedereen meemaakt – behalve die burgers die hun tijd geheel verloren laten gaan met thuis hele avonden achter de buis te zitten (wat overigens wel hun recht is) – en in deze tekst niet worden besproken. Mijn conclusie is dus dat hier een boeddhist aan het woord is die er te gemakkelijk over denkt en zijn eigen adviezen niet voldoende heeft overdacht. Ik ben dus benieuwd of Shivatje mij hierin kan volgen of niet.

De kracht van het ego (3)

Deze derde blog is houdt een specifieke vraag in aan Shivatje als boeddhist die mij en waarschijnlijk meerdere lezers van een antwoord op mijn raadsel mag voorzien:

(307) ‘De bevrijding van de monnik die de hinayana beoefent zit daarin dat hij zich onthecht, zich bevrijdt van zijn egoïstische neigingen door op de juiste manier te handelen en te denken, ingetogen naar de grond te kijken zodat begeerte en haat niet ontstaan, en een sober en celibatair leven te leiden. Wanneer alle gehechtheid ontstegen zijn, ontstaat er ook geen ik en kan het ego niet meer in de weg zitten om een staat van ontwaken te verwezenlijken.’

Het gaat mij om de stelling of bewering dat ‘onthechting betekent dat de monnik die hinayana beoefent, zich kan leren onthechten en bevrijden van egoïstische neigingen door de staren naar de grond’ tijdens de meditatie. Letterlijk opgevat zoals het citaat ons leert, is dit onzin. Waarom? Omdat het op de grond staren je hooguit leert om je gedachten op stil te zetten, tot stilstand te brengen. En zelfs dat is al moeilijk genoeg aangezien vele pogingen hiertoe al binnen enkele minuten of dagen mislukken. Dit proces lukt pas – voor de gemiddelde oefenaar die hierop langdurig moet trainen – als je een bepaalde discipline hebt opgebouwd. En vervolgens ontstaat een soort verslaving omdat je er niet meer buiten kunt. Maar dat heeft betrekking op het leerproces om je denken tot stoppen te brengen. Want pas na afstoppen van je ratio krijg je toegang tot je (geestelijk) hart of ziel en kunnen er boodschappen ‘naar boven’ komen.

Terugkerend naar dat onthechtingsproces of bevrijding van egoïstische neigingen staat er letterlijk dat dit mogelijk is door ‘ingetogen naar de grond te kijken’,  alsof dat het wonder zal kunnen veroorzaken. En dat is naar mijn mening onjuist voorgesteld. Want die neigingen worden niet afgestopt door naar de grond te staren, alsof aangeboren neigingen zich laten afstoppen. Waarmee dan wel?

Allereerst je eigen neigingen te onderzoeken en bewust te leren kennen. Daarin bestaan een aantal mogelijkheden: enerzijds door je behoeften als consument en anderzijds neigingen als emotioneel wezen te leren kennen. Als consument kun je je aangetrokken te voelen tot luxevoorwerpen en financiële ruimte die aanschaf daarvan mogelijk maken. Als je je bewust wordt van de ‘eindigheid’ van dure voorwerpen, dan is de belangstelling daarvoor snel geslonken. Is dus een te betrekkelijke ‘waarde’ om daardoor eeuwig achtervolgd te worden.

Wat een emotionele en fysiek-seksuele neiging betreft kun je denken aan lichamelijke schoonheden die je op straat tegenkomt en de verbeelding daarvan in tijdschriften en glossy’s. Maar in spirituele boeken is te lezen dat de ‘eerste, de beste’ schoonheid die je op straat ziet, geestelijk een lelijke aura heeft en dus betekent dat er geen innerlijke wijsheid aanwezig is. Daartoe zal een spiritueel persoon zich dus niet aangetrokken voelen omdat er dan bij voorbaat een onmogelijk contact zal ontstaan of eventueel een relatie, die voorbestemd is om te mislukken. Dit zijn dus voorbeelden hoe gemakkelijk mensen zich door uiterlijke illusies laten leiden.

Daarvoor hoef je geen meditatie ‘starend naar de grond’ voor te doen. Overdenking hoe de eigen persoonlijkheid in elkaar zit is afdoende. Eigen psychologisch inzicht is afdoende om geen flaters te slaan in het dagelijks leven. Kortom: (zelf)kennis en inzicht in eigen ontwikkelingsprocessen die je doorloopt, is voldoende om een eigen bewuste koers te varen in het leven.

Hiermee kan ik een samenvatting gegeven van mijn antwoord op het citaat: onthechtzijn, zich bevrijd voelen van zijn egoïstische neigingen door op de juiste manier te denken én in het verlengde daarvan te handelen zullen geen emoties als haat en woede laten ontstaan als gevolg van je eigen opgeroepen nederlagen in het leven. In het verlengde hiervan leer je ook sober te laven want altijd gezond en tegemoetkomend aan een duurzame levensstijl. Maar het genoemde ‘celibataire’ leven wijs ik te allen tijde af want volkomen onnatuurlijk en niet alleen dat, maar de praktijk van de afgelopen jaren die kindermisbruik aan het daglicht hebben gebracht, vloeien voort uit kerkelijk machtsmisbruik. Dit misbruik wordt volgens mij veroorzaakt door onbegrip wat spiritualiteit en geestelijk leven betekent. Met fatale gevolgen. Daarmee is het geciteerde ook een voorbeeld van een verkeerde uitleg en voorstelling van zaken. En dat noem ik rustig een schande voor een geestelijk boek dat dit beoogt te zijn. Ik had dit boek van Hartzema al sinds publicatie in 2012 in huis, maar nog niet echt bestudeerd of erover heen gelezen. Daarmee heb ik mezelf nu gecorrigeerd.

De kracht van het ego (dl2)

‘In het hinayana wordt  – behalve het volmaakt uitpluizen hoe het ego zijn eigen lijden creëert – uiteindelijk door allerlei redenaties onomstotelijk aan getoond dat het ego eigenlijk nergens concreet te vinden is [logisch omdat het ego ‘ik’ betekent in het latijn en dat is dus de persoonlijkheid, die in het lichaam ‘huist’ of ‘woont’]. Want waar zou het moeten zijn? Bevindt het ego zich in je hoofd [wel wat betreft het menselijk ratio], in je hersenen [jawel, want dat is een onderdeel van de ratio] of in het hart [jawel, want daar woont het gevoel en de intuïtie]. Is het een apart orgaan [neen!], en hoe ziet het er dan uit? Is het rood of groen, rond of vierkant? [wat een schrijver toch fantaseren kan!] En als het ergens concreet bestaat, hoe kan het dan dat je gevoel van ‘ik’ continu verandert? [als het eerste – ‘concreet bestaat’  – onmogelijk is vanwege het feit dat de persoonlijkheid geen lichaam(sdeel) is ,maar een bewustzijnsvorm, … en dus een energie, dan is de tweede ‘hoe’-vraag een heel ander ‘geval’: een energie verandert en dus het gevoel verandert  eveneens, ook continu, en dus ‘concreet veranderbaar’ of ‘dito veranderlijk’.’ 

Ja, wat een boeddhistisch schrijver niet al kan veroorzaken….aan reacties en andere opmerkingen, haha.

Wordt vervolgd

De kracht van het ego

Uit:

Uit: Robert Hartzema, Dimensies van Bewustzijn (2012, 307)

‘Er is iets heel merkwaardigs aan de hand met het woord ego. Op een of andere manier heeft het een hele negatieve betekenis gekregen, niet alleen in het boeddhisme, maar ook in het westerse denken. Alsof ego gelijk staat aan een egocentrische houding die altijd ten koste van anderen gaat. Alsof het ego de bron is van alle ellende en uitsluitend leidt naar hel en verdoemenis, de erfzonde waardoor je altijd geneigd bent tot het kwaad. Ook het boeddhisme ziet het ego en het najagen van zijn begeerten als de belangrijkste oorzaak van alle frustraties en lijden, de ultieme boosdoener die op een of andere manier uitgeroeid moet worden. En op het moment dat je het ego de nek hebt omgedraaid, vertoef je in het nirwana, de uitdoving van alle begeerten en de bevrijding van het lijden.’

Dit is een uiterst boeiend citaat aangezien hier het woord of begrip ego als de negatieve oorzaak wordt gezien of aangemerkt voor al het kwaad dat op ons afkomt en teleurstellingen die ons overkomen. Toch is dat niet helemaal zo, want het woord ego staat voor de metafoor die er gedragsmatig de oorzaak van is dat wij anderen altijd pijn doen door voor ons eigen eenzijdige geluk te gaan en daarom nooit genoeg rekening met de ander houden.

En waarom een metafoor? Omdat het ego zelf niet de oorzaak is, maar ons gedrag dat gedreven wordt door eigen hartstocht en bezitsdrang of zelfs winstoormerk. Kortom, ons handelen dat de oorzaak is van het causale verband waar je je eigen voordeel nastreeft en altijd een tegendeel of een nadeel voor een ander aan verbonden is en dat doet niet alleen de ander pijn, maar ook voor jezelf omdat het een boemerang-effect heeft.

Daarom wordt binnen de oosterse filosofie gesproken van wederzijdse pijn omdat een andermans pijn veroorzaakt door je eigen gedrag ook je eigen pijn betekent (karmische verbanden). Veroorzaakt door najagen van je eigen begeerten. Die ten koste gaan van begeerten van anderen. En dat klopt altijd zonder enige uitzondering.

Wordt vervolgd “:function(e,t

Robert Hartzema, Dimensies van Bewustzijn (2012, 307)

‘Er is iets heel merkwaardigs aan de hand met het woord ego. Op een of andere manier heeft het een hele negatieve betekenis gekregen, niet alleen in het boeddhisme, maar ook in het westerse denken. Alsof ego gelijk staat aan een egocentrische houding die altijd ten koste van anderen gaat. Alsof het ego de bron is van alle ellende en uitsluitend leidt naar hel en verdoemenis, de erfzonde waardoor je altijd geneigd bent tot het kwaad. Ook het boeddhisme ziet het ego en het najagen van zijn begeerten als de belangrijkste oorzaak van alle frustraties en lijden, de ultieme boosdoener die op een of andere manier uitgeroeid moet worden. En op het moment dat je het ego de nek hebt omgedraaid, vertoef je in het nirwana, de uitdoving van alle begeerten en de bevrijding van het lijden.’

Dit is een uiterst boeiend citaat aangezien hier het woord of begrip ego als de negatieve oorzaak wordt gezien of aangemerkt voor al het kwaad dat op ons afkomt en teleurstellingen die ons overkomen. Toch is dat niet helemaal zo, want het woord ego staat voor de metafoor die er gedragsmatig de oorzaak van is dat wij anderen altijd pijn doen door voor ons eigen eenzijdige geluk te gaan en daarom nooit genoeg rekening met de ander houden.

En waarom een metafoor? Omdat het ego zelf niet de oorzaak is, maar ons gedrag dat gedreven wordt door eigen hartstocht en bezitsdrang of zelfs winstoormerk. Kortom, ons handelen dat de oorzaak is van het causale verband waar je je eigen voordeel nastreeft en altijd een tegendeel of een nadeel voor een ander aan verbonden is en dat doet niet alleen de ander pijn, maar ook voor jezelf omdat het een boemerang-effect heeft.

Daarom wordt binnen de oosterse filosofie gesproken van wederzijdse pijn omdat een andermans pijn veroorzaakt door je eigen gedrag ook je eigen pijn betekent (karmische verbanden). Veroorzaakt door najagen van je eigen begeerten. Die ten koste gaan van begeerten van anderen. En dat klopt altijd zonder enige uitzondering.

Wordt vervolgd “:function(e,t

De illusies van het ego (2)

[Een Cursus in Wonderen, hfd 4, p52]

  1. Een reis naar het kruis dient de laatste, ‘zinloze reis’ te zijn. Blijf er niet bij stilstaan, maar laat die achter je als volbracht. Als jij die kunt aanvaarden als jouw eigen laatste zinloze reis, ben je ook vrij je bij mijn opstanding aan te sluiten. Zolang je dat niet doet is je leven beslist verspild. Het is dan niet meer dan een heropvoering van de afscheiding, het verlies van macht, de vergeefse herstelpoging van het ego en uiteindelijk de kruisiging van je lichaam, of de dood. Zulke herhalingen zijn eindeloos tot ze vrijwillig worden opgegeven. Bega niet de jammerlijke fout je ‘vast te klampen aan het oude, robuuste, ruwhouten kruis.’ De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt. Tot dat laatste moment staat het jou vrij jezelf te kruisigen zo vaak je maar wilt. Dit is niet het evangelie dat ik jou bedoelde te geven. Wij hebben een andere reis te ondernemen, en als je deze les zorgvuldig leest [dus in je ziel laat doordringen, jw], zullen ze jou helpen en voorbereiden die te ondernemen.’

Wijze woorden!

De illusies van het ego (1)

[bron: Een cursus in wonderen, hfd 4, Inleiding, p.52]

‘Je kunt naar keuze vanuit de geest of vanuit het ego spreken. Als je vanuit de geest spreekt, heb je gekozen voor ‘Wees stil en weet dat ik God ben’. Deze woorden zijn geïnspireerd omdat ze kennis weerspiegelen. Als jij vanuit het ego spreekt, doe je afstand van kennis in plaats van die te bevestigen, en ontneem jij jezelf zo inspiratie. Begeef je niet op zinloze reizen, want die zijn inderdaad tevergeefs. Het ego kan daar misschien naar verlangen, maar de geest kan zich er niet in begeven, omdat hij voor altijd onwillig is zijn Fundament te verlaten.’

Hier staat een mooi beeld van het fenomeen vanuit de heilige geest, je geestelijk-zijn te spreken. Ik schrijf bewust heilige geest met kleine letters, omdat ik mij niet wil beroepen op de bijbel, vanwege de verwarring die daaruit kan ontstaan. Ik ben een christen die niet in kerkelijke traditie is opgevoed en die mezelf na een lange zoektocht tot christen heeft verklaard, een christelijk bewustzijn van binnenuit en dus alleen gebaseerd op mijn hartsgevoelens. Ik voel mij dus op mijn manier drager van het kosmische Christusbewustzijn, waarvan de historische wereldleraar Jezus een manifestatie van was.

Ego betekent voor mij het uitschakelen van het persoonlijk ik-bewustzijn om daarmee de goddelijke zielenkern van jezelf tot uiting te brengen en het kosmische BewustZijn te laten spreken waarnaar je kunt luisteren. Vandaar het ‘Wees stil’ in het citaat, en dat is ook de voorwaarde om die goddelijke stem te kunnen horen. En die stem, die geestelijke woorden, dat gevoel is inderdaad inspiratie, want het komt als geestelijke inspiratie tot je.

Vandaar ook dat ‘het’ – overgeaccentueerde – materiële, het stoffelijke enerzijds en het geestelijke anderzijds niet zich tegelijkertijd kunnen manifesteren: het is of het één of het ander. 99% van de mensheid leeft vanuit het ego- of Ik-bewustzijn (het zg. derde dimensionale bewustzijn of 3D) en heeft dus geen contact met het kosmische, met het geestelijke. Dit betekent dat als je niet kunt mediteren en in stilte kunt verblijven (wat voor het overgrote deel van de mensheid geldt), je ook geen contact met dat kosmische (dit woord heeft mijn voorkeur boven het goddelijke). Mediteer je niet dan  ‘ontneem jij jezelf zo de [innerlijke] inspiratie’. Vandaar dat de weg tot de verlicht een moeilijke en langdurige is. nogmaals: materie en geest sluiten elkaar uit, hoewel ze kunnen samenwerken als de materie effectief en dus alleen waar nodig wordt gehanteerd; en zeker niet in ‘overmaat’.

Wordt vervolgd