Categorie archief: geest

‘Een kleine geschiedenis van het zelf’ @groene #ziel #geest #zelfkennis #Oosterse-inzichten

Stelling: Aangezien in de inleidende zin hieronder wordt gesteld/geponeerd dat ‘we er nog niet uit hoe lichaam en geest zijn verbonden’, valt het tegendeel te bewijzen, als er maar de oosterse religies zoals de veda’s, hindoeïsme, boeddhisme en taoïsme bestudeerd worden, maar dat gebeurt niet omdat die wijsheden ‘een ver van mijn bed’ gegeven zijn. Daarom hierbij het antwoord: de westerse wetenschap met haar materiële paradigma – dat de geestelijk/spirituele thema’s niet thuis horen in de meetbare onderzoekswerkelijkheid -, maakt dat er dus bestaande oeroude teksten en antwoorden op deze levensvragen onbenut blijven. Die antwoorden bestaan dus wel: er bestaat een verband tussen lichaam, geest en ziel maar die is niet onbekend omdat in deze westerse wereld nog uitgegaan wordt van 19e eeuwse darwinistische basisbegrippen en niet verder is gekomen dan dat alleen. Daarvoor zijn de academische paradisma’s  verantwoordelijk. Tragisch, maar waar.  

Kun je jezelf eigenlijk wel kennen?

Sinds mensenheugenis zijn we er nog niet uit hoe lichaam en geest zijn verbonden. Lukt het ons ooit een coherent beeld van ons zelf op te bouwen? Overpeinzingen vanuit een hersenscanner.

*Deze zin klopt inhoudelijk dus niet; geestelijke wijsheid uit het oosten wordt in ons werelddeel genegeerd.

Arthur Eaton, De Groene A’dammer, 21 december 2022 – verschenen in nr. 51-52

‘U mag de rode lijnen volgen naar de afdeling neurologie.’ Mag, zegt de vrouw achter glas, alsof ik een keuze heb. Dus ik achter die lijnen aan.

Als ik de afdeling heb gevonden, trek ik een nummertje en ga ik zitten. Om me heen allemaal grijze bolletjes die omhoog turen naar een scherm waarop steeds nummers verschijnen. ‘Mijn beurt’, zegt de oude baas in een stoel tegenover me, en staat met moeite op.

Dit ziekenhuis is ooit gebouwd als een dependance van een kerk. Het zit nog in de naam. In het aangezicht van leed en ziekte zijn we allemaal verloren zielen, denk ik een beetje pathetisch terwijl ik mijn rugzak neerzet. Erg lang kan ik er niet op mediteren, mijn nummer verschijnt al gauw.

Ik word opgehaald door een vriendelijke zuster. Ze geeft me een soort schort en laat me zien waar ik me kan omkleden. Als ik klaar ben, legt ze me geduldig uit wat een fMRI is – een serie scans van de hersenen die de activiteit ervan in kaart brengen – en hoe de machine werkt. Het ding ziet eruit als een vliegtuigmotor. ‘Wil je muziek op?’ vraagt ze. ‘Het is nogal een lawaai daarbinnen.’ Liever niet, maar ik krijg toch twee oortjes in zodat de vrouw me tijdens de procedure instructies kan geven.

Het infuus is voor de contrastvloeistof, zegt ze. ‘Zit het allemaal goed zo?’ Zo ongeveer wel ja. Het laatste wat ik zie voordat ik de magnetron word ingeschoven is het bekende blauwe logo van Philips. Vreemd geruststellend in deze context. ‘Knipper als je me kunt horen.’ En dan ontstaat me toch een kabaal.

Ik probeer het geluid te negeren door mezelf af te leiden. Wat is een betere plek om na te denken over de geschiedenis van het zelf dan in een hersenscanner? Elke keer als een elektronische stem zegt: ‘de volgende scan duurt vijf minuten’, moet ik aan Lieke Marsman denken.

De meesten van ons hebben een vanzelfsprekend gevoel van innerlijke samenhang. Het gevoel dat alles wat we zien, voelen en ervaren niet gefragmenteerd en onsamenhangend is, maar op de een of andere manier bij elkaar hoort. Gedachten, herinneringen, gevoelens: ze zijn van ‘mij’. We weten allemaal waar we het over hebben als we ‘ik’ zeggen, en toch is het een glibberig onderwerp.

*Geen glibberig onderwerp als we de moeite zouden nemen om geestelijke literatuur tot ons te nemen.

Probeer maar eens uit te leggen wat dat zelfgevoel precies inhoudt. Als ik het heb over mijn ‘zelf’, heb ik het dan over mijn innerlijke theater van gedachten, of de contouren van mijn huid? Waar eindigt mijn lichaam en begint mijn geest? Kan ik mezelf eigenlijk wel kennen?

*Zelfgevoel zijn alle gevoelens die door je eigen persoonlijkheid worden opgeroepen bij alles wat we thuis of buitenshuis observeren en waarnemen; over jezelf of over de indrukken die van buitenaf bij jezelf binnenkomen. het gaat dus inderdaad over je eigen innerlijke theater van je gedachten maar niet per se over de contouren van mijn huid, tenzij de huis irritaties oplevert. Dan word je erop attent gemaakt. E  wat betreft het onderscheid tussen lichaam en geest, ook een simpel antwoord: de geest is ‘de wereld van’ het eigen denkwezen (hersenen) maar ook gecombineerd het je gevoelsindrukken. En de slotzin is voor velen een vraag, maar voor geestelijk bewust levende mensen een feit: je kunt jezelf zeker kennen als je ook de hier genoemde basisbegrippen lichaam/geest/ziel goed hebt overdacht en daar komen de meeste mensen moet aan toe. Helaas, want dat zou veel gepieker overbodig maken.

‘Voor een denker als Descartes was het duidelijk: ik denk, dus ik ben. Het is het beroemdste gezegde uit de westerse filosofie. Dat samenvallen van het zelf met je gedachten was lange tijd de norm. Ver vóór Descartes zei de Egyptische filosoof Plotinus al iets soortgelijks. Nog altijd is ons zelfbewustzijn een belangrijk aspect van ons zelf, maar niet meer het enige.

Er zijn veel verhalen te vertellen over de geschiedenis van het zelf. Een overzicht schiet noodzakelijk tekort. U moet het me maar vergeven: ik lig in een hersenscanner, tenslotte.

*Als je in een hersenscanner terecht bent gekomen, dan is het te laat om met die vragen aan de gang te gaan, want heb je die kansen om dat te overdenken al ruimschoots laten liggen.

Ooit, laten we zeggen in de Middeleeuwen, hadden we een ziel. De ziel was immaterieel en onsterfelijk; heel en ondeelbaar. Na mijn dood leefde mijn ziel voort. Ergens, in een hemel of een hel, of iets ertussenin, dolen nu nog alle talloze zielen van de mensen die tot nu toe leefden. Althans, dat stel ik me zo voor.

*Ook hier klopt de eerste zin niet: het is geen kwestie dat we ‘ooit’ een ziel hadden, aangezien ieder mens – en levend wezen dat bezield is – een ziel heeft. Dat is het brondeeltje dat ik ieder mens altijd aanwezig is en op aarde binnen in je eigen lichaam, dat als ‘energiedeeltje’ ergens in je lichaam ‘ligt’ of ‘aanwezig is’; maar inderdaad ‘immaterieel’ (onstoffelijk) en daarom door geen arts of medisch meetinstrument aanwijsbaar/zichtbaar.

Mijn lichaam was gastheer van de ziel. Als je geboren werd kwam je ziel in je lichaam, verbleef er een poosje, stuurde het geheel aan, en verdween dan weer met de dood. Lichaam en ziel stonden zo tegenover elkaar. Dat was eeuwenlang de overtuiging van velen, in Europa althans: dat het stoffelijke lichaam aan de ene kant stond, en de onsterfelijke ziel aan de andere.

*Vanuit de oosterse ‘wijsbegeerte’ – lees: genoemde geestelijke literatuur – klopt het bovenstaande ook niet: in plaats van “Mijn lichaam was gastheer van de ziel” zou het anders – omgekeerd – geformuleerd kunnen worden, namelijk dat de eeuwige ziel bij de geboorte op aarde plaats neemt in het lichaam –  in dat net geboren babylijfje – en dat tot aan het overlijden – na een lang of kort leven – daarin blijft leven, omdat de ziel dan vertrekt naar een volgende levensbestemming elders binnen het uitspansel en het lichaam dus ophoudt te functioneren; omdat het stervensproces intreedt. De ziel van een ieder is onsterfelijk en dus ‘eindeloos en oneindig lang’ levend – door alle universa heen – maar ieder lichaam – als reisinstrument – is tijdelijk omdat het gebonden is aan de aarde omdat we anders niet kunnen eten en reizen. Zodra de ziel vertrekt, heeft het lichaam zijn doel en taak bereikt en beëindigd.

Zo zadelde de predikant ons op met een zondig lijf en een geest met morele verantwoordelijkheid. De geneeskunde ontwikkelde zich juist in tegenovergestelde richting: zij beschreef het lichaam als een soort ontzielde machine, waardoor we ziekte zijn gaan zien als een mechanisch defect.

*Deze onvolmaakte wereld én wetenschappelijke onvolmaakte medische sector kunnen vanwege deze beperkte – dus die onvolmaaktheid – omstandigheden niets anders dan maar een verklaring te verzinnen: onze kennis reikt niet verder dan de veronderstelling dat het lichaam als een soort ontzielde machine gezien moet worden. Dat is je reinste flauwekul en dus onjuist omdat de biologische en medische wetenschap de verkeerde weg of richting is ingeslagen: het lichaam is geen ontzielde machine, maar omgekeerd: het lichaam is dat wat voor de mens zo belangrijk is, kunnen eten en zichzelf in leven houden, waarbij het gestuurd wordt door de ziel en gevoed/gestuurd door kennis over morele verantwoordelijkheid. We mogen rustig aannemen dat iedere oosterse – Aziatische en mogelijk ook Afrikaanse – arts de functie van de zie heel goed begrijpt en zelfs vanuit zijn cultuur heeft meegekregen in de eigen opvoeding. Geen probleem dus. Alleen het westerse denken is achtergebleven.

‘In de zeventiende eeuw werd die harde scheiding tussen lichaam en geest in twijfel getrokken door Verlichtingsdenkers, in het bijzonder door John Locke. Nu hoor ik u denken: John Locke? Was dat niet de Engelse liberale politiek filosoof? Ja, ook. Maar naast filosoof was hij arts, en hij bedacht dat een deel van onze ziel afhankelijk moet zijn van het lichaam: een deel van de ziel hóórt volgens hem bij het lichaam.

*Interessant weetje!

Ik zie het hem schrijven, bij kaarslicht: ‘The body too goes to the making of the man.’ En net als ons lijf, kan het lichamelijke deel van onze ziel ziek of gezond zijn. Niet goed of fout, zoals onze christelijke broeders dachten, maar ziek of gezond.

Dat luidde een nieuwe manier van denken over onszelf in. Een die voortduurt tot op de dag van vandaag, en waardoor we misschien wel kunnen zeggen dat de grondlegger van de psychologie niet Descartes is, en zeker niet Freud of Jung, maar John Locke. Hij noemde dit materiële aspect van de ziel de ‘mind’. En zijn inzicht leidde tot de studie van de moderne psychologie: het categoriseren, beschrijven en proberen te begrijpen van het materiële aspect van de ziel.

*Over dit laatste zijn meningsverschillen mogelijk. De oosterlingen kennen geen ‘materieel aspect van de ziel’, maar een volwaardig immaterieel en dus geestelijk deeltje nondualiteit in het menselijk lichaam waardoor de Bron contact kan onderhouden met ieder lichaam en dus met ieder mens. De ziel is dus te beschouwen als een samenhangende en samenwerkende ‘constructie’ tussen macro én micro: de grote kosmische geestelijke Bron als motor die de creatieve en scheppende Bronkracht is op macroniveau enerzijds, en het menselijk leven via de ziel als microcelletje maar ook immaterieel in het menselijk lichaam anderzijds.   

‘Het is jammer dat we in het Nederlands geen woord hebben voor mind, laten we het dus maar op ‘geest’ houden. In elk geval werd het mogelijk om te bestuderen op welke manieren onze geest ziek of gezond kan zijn. Er was daarmee een belangrijke stap gezet in de transformatie van de ziel naar het zelf: de erkenning dat lichaam en geest op de een of andere manier bij elkaar horen.

Het gebonk stopt even. Ik hoor een klik door mijn oortjes. ‘Lig je nog goed?’ vraagt de vrouw.

‘Ja, prima’, lieg ik.

‘Oké. Dan ga ik nu de contrastvloeistof toedienen.’

Voor freudianen was de geest een huis vol onontdekte kamers. Het grootste deel van onszelf is gehuld in duisternis, zagen ze.

*Maar bedoelden waarschijnlijk ‘onzichtbaar’ in plaats van duisternis.

‘Ik dacht eerlijk gezegd dat die allang was toegediend, maar dan voel ik door mijn linkerarm een koud stroompje lopen dat langzaam richting mijn nek en hoofd kruipt. En dan begint de machine weer te bonken en te zoemen.

‘Amerika is als geen ander land ontvankelijk voor het idee van mentale genezing’, kopte The New York Times in 1913. Drie jaar ervoor zei Sigmund Freud tegen Carl Jung terwijl hun schip de haven van New York in voer: ‘Ze hebben geen idee, maar we brengen ze de pest.’

Wat de psychoanalytici in werkelijkheid kwamen brengen was een idee van het zelf. Een verdeeld zelf. Een zelf dat niet onsterfelijk was, zoals de ziel dat ooit was, maar vergankelijk en kwetsbaar. Net als Locke geloofde Freud dat onze geest niet goed of slecht is, maar ziek of gezond. En wat ons ziek maakt is het conflict tussen de verschillende versies van onszelf ín onszelf.

*Een zelf dat niet onsterfelijk was, zoals de ziel dat ooit was, maar vergankelijk en kwetsbaar’, maar zoals Pim van Lommel gisteren in een interview in de Volkskrant meldde: de ziel én dus ‘het zelf’ – vanwege het bewustzijn dat actief blijft buiten het lichaam zoals aangetoond via BDE[i] -, de ziel is wel onsterfelijk! ‘Dezelfde’ ziel  gaat leven na leven mee in het bewustzijn van ieder mens.

‘De geest was voor freudianen niet iets transparants, niet de koele zelfkennis van Descartes, maar juist een huis vol onontdekte kamers. Het grootste deel van onszelf is gehuld in duisternis, zagen zij. Er zijn vele verdrongen versies van onszelf: de driften en de onacceptabele gedachten die steeds weer aan de deur kloppen. Zo zit ons zelf ingeklemd tussen de noden van het lichaam en de morele eisen van de buitenwereld. En tegelijk houdt het al die verschillende versies van onszelf bij elkaar.

*Razend knappe constructie van het ‘ons zelf’.

‘Niet geheel toevallig schreef Freud dit alles op in het Wenen van rond 1900: een multiculturele stad, vol progressieve stemmen, liberalen, conservatieven. Op de straathoeken kon je zowel Sachertorte als anarchistische pamfletten kopen. Ons zelf is een smeltkroes, zag Freud: een parlement vol tegenstrijdigheden.

Nu was Freud natuurlijk niet de eerste die dit beweerde, schrijvers en dichters gingen hem voor, maar de freudiaanse beweging was wel erg effectief in het uitdragen van de boodschap. Binnen de kortste keren werden psychoanalytische opvattingen over ons mentale leven in Europa en de VS gemeengoed. En vandaaruit verspreidde het zich over de hele wereld. De spreekkamer werd het laboratorium van het humanisme; de divan de nieuwe biechtstoel.

We begonnen onszelf te zien als psychologische wezens. Bij Freuds overlijden schreef W.H. Auden over hem dat zijn gedachtegoed een climate of opinion was geworden. Tot op zekere hoogte waren we nu allemaal freudianen. In elk geval was de ziel definitief naar de achtergrond verdwenen; de twintigste eeuw was de eeuw van het zelf.

Plotseling stopt het geraas om me heen. Ik lig al zo lang stil dat ik mijn armen en benen niet meer voel. Met wat moeite hijs ik mezelf uit het apparaat. De vrouw komt me tegemoet: ‘Over drie weken krijgt u de uitslag. De dokter zal die met u bespreken.’ Het is vreemd, maar ik voel dat de vrouw koeler tegen me is nu de procedure is afgelopen. Een goed teken, denk ik hoopvol, misschien is er niks op de scans te zien. Ik kleed me aan en loop langs het park naar de tramhalte. Al met al ben ik blij dat het voorbij is.

(…)

*Een uiterst boeiend artikel met heel veel denkstof om het nieuwe jaar mee in te gaan! Dank aan de Groene Amsterdammer!

https://www.groene.nl/artikel/kun-je-jezelf-eigenlijk-wel-kennen


[i] Bijna-door-ervaring

Lichaam en geest / is de vrije wil een illusie?

Geachte heer Hoeks (hoofdredacteur Filosofiemagazine Special/juni),

Vanochtend trof ik uw post (mijn bestelde Filosofiemagazine) aan bij de ochtendkranten en daarom kan ik nu reageren op uw openingszinnen in het Voorwoord:

‘U hebt dit magazine aangeschaft en daarvoor mijn dank. Maar waarom bent u precies tot aankoop overgegaan? (…)

Mijn antwoord luidt: dat het onderwerp als vraag: ‘is de vrije wil een illusie’ én ‘lichaam en geest’ mij mateloos interesseert. En niet alleen dat. Ook omdat ik net een (eerste) manuscript heb afgerond die ik deze zomer nog moet laten voldoen aan de eisen die uitgevers vragen, en daarom vanwege dit project mijn antwoorden klaar heb vanuit een complete nieuwe visie over wat ik een ‘nieuwe kosmologie’ zal noemen. Ik heb daarin al mijn levenservaring in neergelegd en nu ik gepensioneerd ben (jaargang 1947) ben ik pas in staat om er een coherent en logische nieuwe theorie mee op te bouwen over de ‘zin van het leven’ en de ‘verhouding tussen lichaam en geest’. En dat in volkomen onafhankelijkheid want ik ben geen theoloog (maar politicoloog), maar heb wel een nieuwe, eigentijdse theologie ontwikkeld, vanuit mijn ‘eigen’ christendom (zonder enig dogma). Maar wel een nieuw christendom op weg naar een ‘nieuwe wereldreligie’, die ik de ‘Religie van Liefde & Licht’ noem en bepaald geen softe religie zal zijn omdat alles wat strijdig met menselijkheid zal worden aangepakt. En hiermee kan ik uw tweede alinea beantwoorden over de vrije wil, of die bestaat of niet…

Mijn antwoord luidt wederom: De vrije wil bestaat, ook al is er sprake van een combinatie met een soort van predestinatie, maar dan niet in de ouderwetse betekenis van het woord, zoals alle wereldreligies dat prediken, maar in een nieuwerwetse vorm, te weten dat ieder mens naar mijn overtuiging op aarde geboren wordt mét een levensplan of levenscontract die met de bron is afgesproken, en die in ‘hoofdlijnen’ vastlegt wat de doelen van dit leven op aarde zijn. ‘Dit’ leven, omdat deze mensheid op aarde (ooit in het zeer verre verleden) gekozen heeft voor een afdaling naar lagere dimensies, vanuit hun bestaan in de hoogste hemelse dimensie, maar dat ging hen vervelen en dus duizenden levens hier moet volbrengen om zichzelf uit het Rad van Wedergeboorte te bevrijden (zoals ook hindoeïsme en boeddhisme én het vroege christendom – na de 3e en 4e eeuwse concilies afgeschaft – ons leren). Vandaar die reis naar andere dimensies, maar wel onder de strikte voorwaarde dat na de gehele afdaling de moeizame weg terug(waarts) moest gaan beginnen waarbij het oorspronkelijke bewustzijn/herinnering dat we allen uit de hemelse regionen afkomstig waren/zijn, geheel verloren is gegaan; of anders uitgedrukt: volledig vergeten is. En dát maakt de opwaartse evolutie zo moeilijk.

Daarom speelt er nu een ‘mix’, een combinatie van vrije wil én ‘determinatie’ of ‘gedetermineerdheid’ (in de meest vrijzinnige betekenis van het woord: ieder mens ervaart de besluiten die dagelijks worden genomen als volledig gebaseerd op de vrije wil, maar hij beseft niet dat onze eigen ziel – die een deeltje van het goddelijk volmaakte bewustzijn is – wél op de hoogte is van het feit dat het contract, dat is getekend. Waarom is onze ziel wel ‘wetend’? Omdat, zoals aangegeven, de ziel een deeltje (of partikeltje) van de bron is en daarmee volledig bewust van alles wat er in alle levens gebeurt. En de crux van deze nieuwe filosofie is dat de ziel dit weet vanuit het weten dat het leven eeuwig is en dus ook oneindig(durend), en dus ook niet vernietigbaar is.

En hieruit volgt logischerwijs dat het leven op aarde en op alle andere planeten met menselijk leven, tijdelijk van aard zijn, omdat de aarde een evolutie-leerschool is, maar wel onderhevig aan de menselijke evolutie, die parallel loopt aan de universele en kosmische evolutie, want allemaal andere en onderling afwijkende vormen van de bronmanifestatie. Al die manifestaties hebben dus allemaal een eigen levensdoel en functie, en dat alles leidt ons allen op tot het eindstadium van volledig bewustzijn van het hoogste niveau van bronbewustzijn. Dat wordt gegarandeerd voor allen bereikt. Daarom is deze nieuwe visie optimistisch en veelbelovend omdat het ook een eeuwig durende hoop en verwachting wekt bij ieder levend organisme tot aan de universele mens toe, dat alles zin en doel heeft.

Ook volgt hieruit óók dat wij wel degelijk onderhevig zijn aan alle natuurwetten, maar wel met de aantekening dat de aardse driedimensionale natuurwetten anders zijn dan de universele vijfdimensionale natuurwetten, omdat ons beschavingsniveau achterloopt ten opzichte van de andere planeten in ons zonnestelsel die allemaal op hoger niveau leven en bestaan. Ook hiervan zal de wetenschap van de astrofysica erg schrikken. Vanwege die bestaande verschillen tussen aardse natuurwetten (of fysica) en de universele natuurwetten op hoger niveau zullen binnen enkele decennia alle wetenschappen op aarde met hun paradigma van de materie (lineair: lengte/breedte/hoogte) moeten worden omgezet naar multidimensionaal ofwel kwantumfysica, dat niet alleen de kleinste deeltjes omvat (zoals de aardse kwantumwetenschappers denken), maar ook de grootste fysieke vormen.

Ik meen in hoofdzaak de essentie van mijn nieuwe theorie duidelijk te hebben gemaakt en daarmee ook antwoord te hebben gegeven op uw vragen.

Met vriendelijke groet,

De illusies van het ego (1)

[bron: Een cursus in wonderen, hfd 4, Inleiding, p.52]

‘Je kunt naar keuze vanuit de geest of vanuit het ego spreken. Als je vanuit de geest spreekt, heb je gekozen voor ‘Wees stil en weet dat ik God ben’. Deze woorden zijn geïnspireerd omdat ze kennis weerspiegelen. Als jij vanuit het ego spreekt, doe je afstand van kennis in plaats van die te bevestigen, en ontneem jij jezelf zo inspiratie. Begeef je niet op zinloze reizen, want die zijn inderdaad tevergeefs. Het ego kan daar misschien naar verlangen, maar de geest kan zich er niet in begeven, omdat hij voor altijd onwillig is zijn Fundament te verlaten.’

Hier staat een mooi beeld van het fenomeen vanuit de heilige geest, je geestelijk-zijn te spreken. Ik schrijf bewust heilige geest met kleine letters, omdat ik mij niet wil beroepen op de bijbel, vanwege de verwarring die daaruit kan ontstaan. Ik ben een christen die niet in kerkelijke traditie is opgevoed en die mezelf na een lange zoektocht tot christen heeft verklaard, een christelijk bewustzijn van binnenuit en dus alleen gebaseerd op mijn hartsgevoelens. Ik voel mij dus op mijn manier drager van het kosmische Christusbewustzijn, waarvan de historische wereldleraar Jezus een manifestatie van was.

Ego betekent voor mij het uitschakelen van het persoonlijk ik-bewustzijn om daarmee de goddelijke zielenkern van jezelf tot uiting te brengen en het kosmische BewustZijn te laten spreken waarnaar je kunt luisteren. Vandaar het ‘Wees stil’ in het citaat, en dat is ook de voorwaarde om die goddelijke stem te kunnen horen. En die stem, die geestelijke woorden, dat gevoel is inderdaad inspiratie, want het komt als geestelijke inspiratie tot je.

Vandaar ook dat ‘het’ – overgeaccentueerde – materiële, het stoffelijke enerzijds en het geestelijke anderzijds niet zich tegelijkertijd kunnen manifesteren: het is of het één of het ander. 99% van de mensheid leeft vanuit het ego- of Ik-bewustzijn (het zg. derde dimensionale bewustzijn of 3D) en heeft dus geen contact met het kosmische, met het geestelijke. Dit betekent dat als je niet kunt mediteren en in stilte kunt verblijven (wat voor het overgrote deel van de mensheid geldt), je ook geen contact met dat kosmische (dit woord heeft mijn voorkeur boven het goddelijke). Mediteer je niet dan  ‘ontneem jij jezelf zo de [innerlijke] inspiratie’. Vandaar dat de weg tot de verlicht een moeilijke en langdurige is. nogmaals: materie en geest sluiten elkaar uit, hoewel ze kunnen samenwerken als de materie effectief en dus alleen waar nodig wordt gehanteerd; en zeker niet in ‘overmaat’.

Wordt vervolgd