Categorie archief: godsbewustzijn

Godsbeeld 5 [Visioen 3 Hiddinga: 3e les]; Evolutie 2

‘In deze overgangsfase werd er weer een ingreep uitgevoerd. Ditmaal was het noodzakelijk dat de zielen in een ‘sfeer’ leefden, en zij moesten in een stoflichaam wonen, werken, leven en leren op kleine stukjes grond die zij moesten bewerken om daarmee om te kunnen gaan.

Ik zag dat er een heelal geschapen was en dat er allerlei sterren en planeten waren die de stukjes grond herbergden en die geschikt waren gemaakt om menselijke lichamen, maar ook dieren en planten te laten groeien. De zielen moesten in bepaald lichamen kruipen als een soort ruimtepak en met dit lichaam de lessen leren die zij in de afgelopen twee peridoes al hadden leren kennen.

Er was al een klein groepje planeten (twaalf om precies te zijn) dat eerst werd bevolkt met menselijke lichamen, die door de zielen met geest werden gevuld. De overige zielen moesten nog wachten. Dit proces voltrok zich op een heel vreemde wijze en er hing een mist omheen. De engel sprak: ‘De [Elohim]goden van wie je hun gebied mocht zien op je eerdere reis, hebben de zorg voor de creatie van de juiste lichamen op de juiste bijbehorende planeten, maar het is je niet toegestaan om dit proces te zien.’ Ik kon dit wel begrijpen, want werkelijke kennis over de creatie van lichamen zou ongetwijfeld misbruikt worden door de mensheid.

Ik zag dat de nu geïncarneerde zielen zich snel voortplanten en dat zij met het bewustzijn, dat de Schepper hun gegeven had, heel snel een verbazingwekkende technologie konden ontwikkelen. Dat zorgde ervoor dat verspreid door het gehele heelal die planeten bevolkt werden die daarvoor geschikt waren. Het geestelijke bewustzijn echter en het gevoel voor liefde en goddelijke liefde stond nog op een laag pitje en het was duidelijk hoe dezelfde taferelen die in de voorgaande periode te zien waren nu werden herhaald, maar dan met zeer bloedige gevolgen. Niet alleen op persoonlijk niveau, maar ook in het groot waren de jaloezie, haat en redeloosheid zo groot dat dit uiteindelijk leidde tot enorme oorlogen die tussen de planeten onderling werden uitgevochten. [Dit klopt ook volgens vele esoterische bronnen]. Dit stopte pas nadat er gewoonweg geen materiaal meer over was om nog mee te kunnen vechten en de planeten leeg en verwoest waren. Slechts enkele menselijke wezens bleven er over en het was nu de tijd dat elke planeet zijn eigen ontwikkeling ging doormaken met de wezens die daarop leefden.

De engel sprak: ‘Alles wat je nu ziet hebben jullie zelf ook meegemaakt en het leven in de derde periode is het meest intensieve. Dit is zo omdat alles als werkelijkheid ervaren wordt. Het geestelijke bewustzijn van de mens is nog niet ontwikkeld en pas tegen het einde van deze derde periode zullen mensen zich bewust worden van God en hun goddelijke afkomst. Dat is de les van de derde periode, die nu voor jullie vrijwel voorbij is. Op een volgende reis mag je de geschiedenis van de derde periode zien, ook jullie geschiedenis dus. We gaan nu naar het einde van de derde periode en dit i iets wat je wel zal interesseren, want dit is jullie toekomst die staat te gebeuren.

We gingen naar het einde van dit stadium en ik zag een stuk van het zichtbare heelal en daarin vele sterrennevels, sterren en planeten. Het geheel ‘trilde’ en ‘leefde’ volgens een bepaalde harmonie, maar plotseling kwam er een zee van licht en vreemde wezens veranderden die harmonie van het geheel. Ik zag dat twaalf sterrennevels, waartoe ook het melkwegstelsel behoort, aan sterke energetische veranderingen onderhevig waren en dat alles een ‘octaaf sneller ging trillen’. Praktisch gesproken betekende dit dat vele stoffelijke ambities werden verwijderd en veranderd. Op planeten als de aarde werden ook dergelijke veranderingen geconstateerd en deze werden door de wezens die op een dergelijke planeet woonden als rampen ervaren. Toch waren het geen echte rampen vanuit het ‘goddelijke’ standpunt beschouwd. Een oud en onleefbaar geworden  systeem werd eens behoorlijk opgeschud en vernieuwd en veel ‘kaf’ werd weggeworpen. Het opgeruimde, schoongemaakte en vernieuwde systeem was nu geschikt gemaakt voor de lessen van de ziel in de nieuwe, vierde, periode.

Alle zielen die bij de veranderingen aan het eind van de derde periode hun stoffelijke lichaam hadden achtergelaten, werden verzameld in een soort opvangcentrum. Hier kregen zij begeleiding en onderwijs en alle gebeurtenissen en lessen die in de derde periode hadden plaatsgevonden, werden opnieuw bekeken en er werd hun veel duidelijk gemaakt. De zielen kregen nieuwe opdrachten en de belangrijkste daarvan was het ontwikkelen, ervaren en ook in praktijk brengen van de goddelijke liefde jegens de Schepper en de medemens. Veel vrijheden moesten nu worden ingeleverd en dit speciaal op het gebeid van de relaties met de medemens. Er werd gewezen op het feit dat door middel van de liefde de verbinding met ontbrekende zielenhelften bewerkstelligd moest worden. Dat was de les van de vierde periode.

De engel sprak weer en zei: ‘Dit is nu toekomst voor jullie, maar voor andere zielen is dit alverleden, want het proces is continu [hetgeen inhoudt dat iedere ziel precies dezelfde route zal bewandelen maar dan onder een andere familienaam waarmee de generatie(s) later in deze fase terechtkomen]. Zoals je ziet is de vierde periode stoffelijk gezien vrijwel identiek aan de derde, maar de vrijheden van de derde zijn niet langer toegestaan. De mens ‘moet’ [idem] leren en de Schepper zal hen niet laten doormodderen.’ [in de voorbereiding op 5D]

Ik keek naar de geschiedenis van de vierde periode die nu nog voor ons lag. Ik kon slechts de grote lijnen waarnemen en ontdekte dat ook hier de nodige problemen ingebouwd waren. De mens op aarde kijkt vaak uit naar een nieuwe periode of ‘nieuwe era’ die als hemels beschouwd kan worden en waarin alles ‘goed’ is en waarin de fouten van het verleden niet meer gemaakt zullen worden. Helaas blek dat niet het geval. Ook de vierde periode was slechts een van de vele stadia in de werkelijke evolutie naar het Licht en had haar eigen moeilijkheden [de omgang met/van tweelingzielen]. De kiem van het einde van deze periode werd al in de eerste jaren gelegd en ondanks het feit dat deze periode werkelijk mooier en ‘liefdevoller’ was dan de derde periode, was zij zeker niet volmaakt.

Wordt vervolgd [met de toelichting op de overgang tussen derde en vierde periode].

*Omdat deze teksten over Godsbeeld(en) als pittig zullen worden beschouwd voor het merendeel van de lezers, zal ik vanaf morgen één week stoppen met deze serie (om daarna weer te vervolgen), en vanaf morgen vervangen door dagelijkse korte notities die ik zal ontlenen aan het tijdschrift Bres. Dit ter afwisseling. Ik hoop dat iedereen zich hierin zal kunnen vinden. Overigens nog de volgende opmerking: deze boeken van Hiddinga hebben in mijn ogen een uniek karakter vanwege zijn uittredingen en die zonder meer in mijn gevoelsbeleving resoneren. Maar het kan evengoed zo zijn dat er lezers dit erg vreemd materiaal – en vooral veel te afwijkend en onplaatsbaar – vinden in hun eigen bewustzijn, en dat ze hieraan geen boodschap hebben. Geen probleem, want we blijven even goede vrienden. Ik betreur het alleen dat deze boeken bijna onbekend zijn bij het grote publiek en daarmee onbekend zijn gebleven. Daarom vind ik het zelf noodzakelijk om zijn gedachtegoed zelf te verspreiden. En ze passen zonder meer binnen het thema 5D!* 

Godsbeeld 4 [Visioen 3 Hiddinga: 1e en 2e les]; Evolutie 1

‘We gingen vervolgens naar een vreemde ruimte die niet echt gedefinieerd kon worden. Het was geen ruimte in de normale zin van het woord, maar ze zag eruit als een vreemde mengeling van energiestromen en kleuren. De energiestromen bewogen en verdichtten zich soms tot vormen die ik niet kon thuisbrengen. Ik zag dat de zielen die hier hun eerste les moesten leren, binnenkwamen en jubelden van vreugde. ‘Vrijheid’, schreeuwde men, en de zielen ervoeren allerlei processen die geen relatie hadden met iets wat ik kende. De energiestromen werden gebruikt voor het bouwen van de meest wonderlijkje taferelen en systemen en men leefde zich uit als kleine kinderen die voor het eerst in een speeltuin werden losgelaten. Het was niet ‘laag’ of ‘slecht’ of ‘negatief’ en vreemd genoeg was het zelfs leuk om ernaar te kijken. Alle mogelijke voorstellingen kregen vorm en men ‘speelde’ naar hartelust. Ik stond er, eerlijk gezegd, geamuseerd naar te kijken, maar de engel sprak: ‘Dit een stadium dat de zielen de eerste ‘vrijheid’ geeft. Dit stadium zorgt ervoor dat men de scherpe kanten eraf haalt en dat extreme situaties beleefd worden zonder wezenlijke schade aan te richten. Er gebeurt niet echt iets in dit stadium, maar als het niet zou bestaan, zouden de volgende periodes veel moeilijker en harder zijn. De ziel moet eerst leren met de vrijheid om te gaan en vandaar dat dit stadium is geschapen om deze vrijheid te ervaren zonder schade op te lopen.’ Ik begreep dit en we gingen nu naar het einde van dit stadium. De engel sprak: ‘Wat je nu mee gaat maken is van groot belang. Je gaat nu de eerste overgang meemaken. Dit is de overgang van de eerste naar de tweede periode en in deze overgang heeft een specifiek gebeuren plaats. Let goed op.’ Ik keek en zag dat langzamerhand alle zielen die zich in de eerste periode bevonden, zich verzamelden in een soort ‘tussenruimte’ werden geplaatst. Er kwamen vreemde wezens aan die ik reeds eerder had ontmoet op mijn reizen, maar die ik nog steeds niet thuis kon brengen. Zij werkten altijd zwijgend en communiceerden niet. Zij namen de zielen en splitsten deze in twee delen. Elk deel had zijn eigen eigenschappen en zij hadden elkaar nodig om weer één te worden. Vervolgens verkregen zij een  geestlichaam, een soort verdichting van de ziel. De zielen/geesten die nu gescheiden waren, stonden stomverbaasd naar zichzelf en naar elkaar te kijken. Er waren opmerkelijke verschillen, maar het belangrijkste was dat het geestlichaam dusdanig opgebouwd was dat daar de toekomstige mannen en vrouwen in te herkennen waren. Er werd tevens extra bewustwording toegevoegd en de zielen/geesten mochten na deze ‘operatie’ de tweede periode binnen.

De engel spraak weer en zei: ‘Deze ingreep is noodzakelijk. Het doel van de ziel is om met goddelijke liefde te leren omgaan in alle facetten die het leven en het bestaan met zich meebrengen. De volledige, ongedeelde ziel zal dit nooit uit zichzelf kunnen leren, want het is juist het afscheidingsmechanisme dat de ziel hier in de eerste plaats bracht. Denk maar aan de vorige reizen toen je de zielen in de twee inverte velden waarnam. Indien er niets veranderde , zou de ziel steeds verder gaan met dit afscheiden, totdat hij zo ver verwijderd is dat hij er geen weet meer van heeft waar hij vandaag kwam. Zover laat de schepper het echter niet komen en deze zielensplitsing is een noodzakelijke ingreep die ervoor zorgt dat de ziele leert dat men “elkaar” nodig heeft. Zuiver energetisch gezien is elke zielenhelft in onbalans en men zal elkaar trachtten te vinden om een vereniging tot stand te brengen. Zoals je ziet is het in dit stadium niet gemakkelijk gemaakt om elkaar te herkennen, met andere woorden, men moet moeite doen om elkaar weer terug te vinden. Op dit moment ervaren de gespitste zielen die nu een geestlichaam hebben gekregen dat zij elkaar ‘moeten’ vinden en ondergaan ze de normale gevoelens die het man- en vrouwzijn met zich meebrengt, al is dat op dit moment nog een primitief gevoel. Let nu goed op.’

Ik keek weer en zag de zielen, die nu gesplitst waren en een mannelijk en vrouwelijk geestlichaam hadden, nu een vreemd landschap ingingen. Het kan vergeleken worden met een geestelijke sfeer en zag er niet materieel uit. Het gebied was verder onmetelijk groot en had niet de beperkingen van een planeet. De zielen hadden nu de mogelijkheden om de gevoelens en het bewustzijn die zij hadden meegekregen uit te dragen. Al gauw ontstond er een vreemde jacht op de nu ontbrekende helft, maar omdat de ontbrekende helft niet gemakkelijk herkend kon worden, werd dit zoeken bijzonder moeilijk. Bovendien ontdekte ze dat de verschillende helften die men wel vond, in schoonheid en aantrekkelijkheid varieerden. Er ontstond een vreemd spel waarin men zich overgaf aan alle mogelijke situaties en waarbij zich ook vele gevoelens ontwikkelden. Het ontbreken van de helft alsook het vinden van fraaie helften die niet bij elkaar hoorden, veroorzaakten een projectie van gevoelens va primaire liefde, maar ook jaloezie en haat. Gevechten ontstonden doordat men elkaar het bezit van zielenhelften niet toestond. Dit hele gebeuren was aanleiding tot de meest vreemde taferelen en men vocht en moordde eindeloos, maar omdat de zielen slechts een geest hadden en geen stoflichaam, gebeurde er niets. Bij een moord was er geen ‘slachtoffer’ en bij verkrachting en marteling was er geen ‘pijn’. Liefde werd uitgedrukt in vreemde processen en het gehele tafereel was bizar. Ook andere processen kwamen op gang. Men probeerde tevergeefs allerlei technologieën [sic] vorm te geven, maar dit lukte niet, want er was geen materie waarmee men dit kon doen. De engel sprak weer en zei: ‘Zoals je ziet is deze tweede periode bijzonder zwaar, zonder werkelijke schade aan te richten. De ingrepen en de veranderingen in de zielen hebben hun een aantal doelen gegeven, maar omdat zij het begrip “liefde”, en dan speciaal “goddelijke liefde”, nog niet kennen, krijg je taferelen zoals je die nu ziet. Er is hun nog geen stoflichaam gegeven, zodat zij nog geen werkelijke schade en daardoor “schuld” of “karma” ten opzichte van elkaar veroorzaken, hoewel geestelijk gezien de misdaden toch hebben plaatsgevonden. Als geest echter kunnen zij continu aan deze situatie werken zonder angst. In deze periode kan men dan de eerste schreden zetten op een pad dat uiteindelijk naar de volledige loutering zal leiden, maar zonder de schade als werkelijk te zien. Ook in dit stadium worden er de scherpe kantjes afgehaald. Indien men de daden die men hier verricht in de stof zou kunnen uitleven, zou het leed vele malen groter zijn.’

We begaven ons nu langzaam naar het einde van dit stadium en namen waar dat er opnieuw een overgangsperiode plaatsvond, dat de zielen naar een nieuw, het derde, tijdperk overhevelde.’

Wordt vervolgd    

Godsbeeld 1

*De engel sprak: ‘Wat je nu ziet, zijn de geestelijke sferen waar de zielen wonen en werken op een moment dat zij niet meer in de stof op een planeet kunnen wonen. Zoals je ziet, gaat dan leven, werken en leren gewoon door, maar dan in een geheel andere vorm.

‘Deze sferen worden door de mens zelf geschapen met behulp van de geestelijke leraren en goddelijke helpers, maar het is de hemel niet. Jullie bepalen zelf het aangezicht van dergelijke eilandjes en je kunt zien hoe beperkt dat is. Al naar gelang je achtergrond, cultuur en ras op aarde, bouw je het aangezicht van je “eiland” op. Let nu maar eens op. In jullie denken is er geen ruimte voor “rassen”, maar ook niet voor wezens van een geheel andere planeet die hun eigen eilanden bouwen. Zie je nu hoe dit werkt? Alle levensprocessen, zowel die in de stof op een planeet als de aarde, als in een der geestelijke sferen of hellen, want die maken jullie ook zelf, zijn een integraal geheel dat gezamenlijk een evolutiestroom vormt. Dit stopt pas op het moment dat de mensheid de werkelijke hemel kan begrijpen en benaderen. Denk niet dat dit een fout is, want alle geestelijke sferen worden uit liefde door God gegeven en toegestaan om jullie met deze begrippen vertrouwd te maken. Maar je ‘moet’ [mijn aanhalingstekens; ‘mogen’ mag ook] leren om het niet tot een doel op zichzelf te maken. Indien een mens op aarde zich verdrietig voelt en honger heeft of wat voor situatie dan ook ondergaat, dan heeft hij of zij her verlangen om naar een “betere wereld” te gaan. Maar dat mag jullie doel nooit zijn. De reis is net zo belangrijk als het uiteindelijke doel, dat het merendeel van de mensheid nog niet kent. Het moet bovenal duidelijk zijn dat er niet is zoals “sterven” en “eeuwig slapen”. Het leven is eeuwig en stopt niet. De ziel is onsterfelijk en leeft altijd en zal altijd ‘moeten’ [idem] “werken”. De stoffelijke dood is alleen de overgang naar een fase waarin andere situaties geleerd en beleefd ‘moeten’ [id.] worden. Begrijp je dit alles?’

Ik knikte, want het was inderdaad volkomen duidelijk. De engel sprak: ‘We zullen dit nu gaan verlaten en verdergaan, je reis is nog niet ten einde.’ Weer ‘zweefden’ we verder en na een lange reis waarbij we eindeloze massa’s sterren, planeten en spiraalnevels tegenkwamen, werd het langzamerhand donkerder en leger. De engel sprak: ‘We zijn nu bij de grenzen van het je bekende universum. In enkele ogenblikken gaan we door die grens; let goed op, want dit is belangrijk.’

We zweefden nog een korte tijd verder en kwamen bij een dunne doorschijnende wand die als gelei aanvoelde. We gingen erdoorheen en een geheel nieuw tafereel ontrolde zich voor mijn ogen. Ik stond er verbaasd naar te kijken.

Het universum dat we achter ons lieten was als het ware verpakt in een grote bol van gelei die zo ontzettend groot was, dat daar geen voorstelling van gemaakt kon worden. De omgeving zag er nu anders uit en vele andere soortgelijke bollen waren zichtbaar en bewogen zich langzaam naar een vreemd licht dat niet te beschrijven is. Ik had eerder gezien dat kleine groepen van sterrenstelsels zich in een dergelijke bol bevonden. Binnen het universum waren telkens twaalf sterrennevels met elkaar verbonden en ze hadden ook een soort schil om zich heen die vrijwel onzichtbaar was. Al deze schillen bewogen op een bepaalde wijze binnen het universum, maar dat ook het universum zelf in een dergelijke schil was verpakt, zag ik nu pas. We zweefden verder en vanuit een bepaalde positie zag ik vele bollen of schillen met daarin elk een volledig universum. Elk universum bestond weer uit vele sterrenstelsels, waarvan er telkens twaalf ook weer in een schil verpakt waren, die zo goed als onzichtbaar was, en die door het universum zweefden.’

Wordt vevolgd

[Bron: Jaap Hiddinga, Visioenen en uittredingen. 2003, p.25-26]

Het mysterie van de Eeuwige scheppende bron dat in de mens woont en wel in ieder mens

1:4.1 (26.3) De oneindigheid van Gods volmaaktheid is van dien aard dat zij hem voor eeuwig tot een mysterie doet zijn. En het grootste van alle ondoorgrondelijke mysteriën Gods is het wonderbaarlijke verschijnsel van de goddelijke inwoning in het bewustzijn van stervelingen. De wijze waarop de Universele Vader bij de schepselen in de tijd vertoeft, is het diepste van alle universum-mysteriën: de goddelijke tegenwoordigheid in het bewustzijn van de mens is het mysterie der mysteriën.

1:4.2 (26.4) De fysieke lichamen van stervelingen zijn ‘de tempels van God.’ Niettegenstaande het feit dat de Soevereine Schepper-Zonen de schepselen van hun bewoonde werelden dicht naderen en ‘alle mensen tot zich trekken,’ ofschoon zij ‘aan de deur staan’ van het bewustzijn, ‘en kloppen,’ en er vreugde in scheppen binnen te komen bij allen die ‘de deur van hun hart willen openen,’ niettegenstaande het feit dat deze innige persoonlijke gemeenschap tussen de Schepper-Zonen en hun sterfelijke schepselen inderdaad bestaat, hebben stervelingen niettemin ook iets van Godzelf in zich, dat daadwerkelijk in hen woont. Hun lichaam is daarvan de tempel.

[Bron: zie vorige blogs]

Wanneer de mens eenmaal de Eeuwige of de Albron bewust is geworden

1:1.3 (22.6) Wanneer ge u eenmaal waarlijk van God bewust geworden bent, wanneer ge de majesteitelijke Schepper werkelijk hebt ontdekt en ge de inwonende tegenwoordigheid van de goddelijke albeheerser begint te beseffen, dan zult ge, in overeenstemming met uw verlichting en met de manier en methode volgens welke de goddelijke Zonen God openbaren, een naam vinden voor de Universele Vader, die uw voorstelling van de Eerste Grote Bron en Centrum passend tot uitdrukking brengt. Zo wordt op verschillende werelden en in veelsoortige universa de Schepper gekend onder talrijke benamingen die alle dezelfde geest van verwantschap uitdrukken, maar waarvan elk in woord- en symboolgebruik de graad, de diepte, aangeeft van Gods tronen in het hart van zijn schepselen in dat bepaalde gebied.’

[Bron: zie voorgaande blog]