Depressie en waarom ik woedend ben over de klassieke psychiatrie

Eergisteren schreef ik aan algemene stellingname over het thema depressie. Ik ben nu de artikelen gaan lezen die in verzameld heb en uitgeprint. Ik begin nu met een artikel van Lama Zopa Rinpchee.

Hij begint zijn artikel met de inleiding en openingszin: ‘Wij hebben allemaal weleens een aanval van depressie meegemaakt.’

Dat is onjuist omdat met mij nog nooit is overkomen. Omdat ik geen ervaringsdeskundige ben, maar mij boos om zo’n generalisatie. Ik ben natuurlijk direct gaan nadenken waarom het mij nooit is overkomen.

Ik heb er maar één verklaring voor, te weten – wat ik hier vaker heb geschreven – dat ik vanaf mijn 14e levensjaar ben gaan lezen in spirituele boeken. Ik werd eraan verslaafd, zo boeiend vond ik dat. Maar waarom zijn depressies dan aan mij voorbij gegaan?

Ik vermoed dat ik via dat lezen bij de boekenkast van vrienden van mijn ouders, ben aangesloten en aangesloten raakte op de ‘fysieke’ vorm van Akasha-kronieken, om het zo maar uit te drukken. Daarmee kon ik mijn ziel laven en voelde ik de zekerheid hoe het leven in elkaar stak en voelde ik ook een intense zekerheid dat mij niets zou overkomen als ik maar vertrouwen bleef behouden in de Oerbron.

Dat vertrouwen heb ik ook verwoord in mijn blog van 23/8: als je maar hebt nagedacht over de Wie, Wat, Waarom, Waarnaar-toe en Hoe-vragen in het leven, dan vind je daarop het antwoord. Zoekt en Gij zult vinden.

Ik heb dus het geluk gehad dat ik via een ‘toeval’ dat ik die bibliotheek bij die vrienden had aangetroffen en die boeken moest lezen omdat ik er erg door aangetrokken voelde.

Waarmee ik me automatisch heb ontworsteld aan de klassieke medische wetenschappelijke opvattingen dat depressieverschijnselen via pijnstillers kan worden opgelost. Wat een flauwekul. Depressies zijn alleen oplosbaar door naar antwoorden op levensvragen te zoeken en je eigen positie in en opvattingen over die vragen te vinden. Die eigen visie, daar draait het om. Die visie kan overigens veranderen, maar dat maakt niets uit omdat iedere verandering van het eigen denk- en voelproces automatisch leidt tot verbetering van die visie.

Goed, dit als inleiding voor het vervolg dat vandaag op deze plek zal volgen. Want ik kom weer uit op de stelling van de 23e: als een psychiater/psycholoog/psychotherapeut op die genoemde levensvragen zelf het antwoord weet, dan pas kan hij patiënten beter maken en anders niet. En de meeste psychoterapeuten hebben die antwoorden niet. Want zijn niet ingewijd zoals de oorspronkelijke betekenis van ‘therapeut’ in het Grieks was: ingewijde in een mysterieschool.

Wordt vervolgd

Een klasse WordPress.com site

%d bloggers liken dit: